#100happydays dag 61

Kiekenberg

2020-05-05

Bevrijdingsdag, toch een paar uurtjes aan het werk en daarna even ergens een stukje lopen waar het rustig is en genieten van de natuur en het zonnetje. Dat werd bij Vistrap Meulereed, de wind was fris, maar het heerlijk om even uit te waaien. Heet water en zakjes koffie mee en op een bankje even simpelweg genieten. Terwijl wij aan de koffie zaten, kwamen de honden van de mensen die we eerder al hadden zien lopen aanrennen. Ze begroetten ons alsof ze ons kenden. Toen de baasjes eenmaal dichtbij waren, bleek dat ze normaal op deze plek een koekje krijgen, dat verklaarde veel! Het leverde mij een mooie foto op terwijl ze aan kwamen rennen.

Op de terugweg kwamen we weer langs het Lancastermonument en zagen nu een bordje dat er een eind verderop een gat zou zijn van een bom.
Hoe lang staat dit bordje er al? We kunnen ons niet herinneren dat we het eerder hebben gezien. We rijden een stukje verder waar het bomgat moet zijn na 150 meter lopen, helaas stond daar nergens een bordje, maar het was heerlijk om daar even te zijn. Weer thuis maar even opgezocht waar het dan wel moet zijn, een volgende keer weten we het te vinden!

#100happydays dag 60

Vlinderstruik

2020-05-04

Het voelt vandaag een beetje raar om dit als happy day te beschouwen.
Het is de dag om te gedenken, daarom komt de challenge op Facebook om 7 dagen lang iets van mijn leven in zwart/wit te delen mooi uit.
Een foto in zwart/wit straalt toch enigszins respect uit. En natuurlijk ben ik vanavond 2 minuten stil. Ook dit jaar weer deel ik het verhaal dat mijn beppe ooit schreef over een razzia.

De eerste vlinderstruik laat zijn knoppen zien die met de dag groter worden. Nog even geduld en we kunnen er weer van genieten.

Razzia

4 mei dodenherdenking
Mijn in september 2006 overleden beppe heeft de oorlog bewust meegemaakt. 
Ondanks dat ze redelijk ver van de bewoonde wereld woonden, maakten ook zij genoeg mee. 
Helaas kan ze het me niet meer vertellen…
Maar heb ik wel ervaren hoe spannend het moet zijn geweest door middel van de verhalen in o.a. haar dagboeken.
Ook liet ze onderstaand verhaal achter, wat ook al eens in de krant heeft gestaan.

Om nooit te vergeten heb ik het verhaal dat mijn beppe ooit schreef hier neergezet.

Omdat mijn beppe het in het fries had geschreven heb ik een poging gedaan het te vertalen naar Nederlands, zodat het toegankelijk is voor een groter publiek.

Razzia

 Het was op een zaterdagmiddag
Het eten was half op
Toen ik tegen mijn man zei
Kijk er komen mensen aan
O! Wat zullen we nu hebben
Ze komen op ons af

Wat is er aan de hand
Wat is er aan de hand

 Mogen wij hier wel even blijven
Zo vroeg men toen aan ons
Het is daar in de Tynje
Voor ons nu niet meer veilig
De groene mannen zoeken overal
En schieten en schreeuwen, ze zijn dol

Wij zijn o zo bang
Wij zijn o zo bang

 Met angst en nood in het hart
Zo zaten wij toen bij elkaar
We wilden wel graag weten
Wat gebeurde daar in de Tynje
Toen ineens, knalde er een schot
Wie trof dit vreselijke lot

Wie was er nu kapot
Wie was er nu kapot

 Na een hele poos wachten
Toen bood ik hen aan
Om eens in de Tynje te kijken gaan
En wie daar nu gestorven was
De mantel over de oude kleren
Op schaatsen zou ik maar gaan

Dan kon ik mooi binnendoor
Dan kon ik mooi binnendoor

 Met angst in het hart
Zo schaatste ik op Tynje aan
Het was er allemaal even stil
Ik wilde het zo niet hebben
Maar toen ik onder de brug door ging
Toen hoorde ik toch zo’n ratelding
En keek nog eens achterom

En draaide me gelijk weer om
En draaide me gelijk weer om 

 Er ging een overvalwagen langs
Ik deed of was het heel gewoon
De ene legde zijn geweer toen
In de aanslag op mij aan
Maar ik leek schijnbaar niet zo kwaad
Een vrouw mens met een teer lichaam

Ze lieten me toen gaan
Ze lieten me toen gaan

 Maar na nog een eindje schaatsen
Lag daar een man voorover|
Ik keek maar wat van zijden
En was er overstuur van
Ik schaatste met vaart naar het eind
Maar ik was toen helemaal verslagen
Van wat ik gezien had in de sneeuw

Ik wist niet wie het was
Ik wist niet wie het was

 De razzia van 29 december 1944, waarbij Eeltje Pieter de Vries het leven liet, was voor mevrouw Gepke Berga-Akkerman een behoefte, met dit gedicht haar emoties en gevoelens af te reageren.
Zij woonde in die tijd als boerin op een boerderij tussen de Tynje en Terwispel aan de vaart het Moerdjip.

 Door het volgen van een wintercursus van de Stichting Volwasseneneducatie Noord-West en Mid Friesland is dit onderwerp aan de orde gekomen en weer boven water.

 

Grou, 30 maart 1993